Het prikken in een acupunctuurpunt roept in het hele lichaam meetbare effecten op. Biologen en fysiologen hebben reeds enkele decennia onderzoek verricht naar de effecten van acupunctuur. Om meer inzicht te krijgen hoe die werking tot stand komt, helpt biochemisch onderzoek. Zulk onderzoek kijkt naar veranderingen in cellen en weefsels. In de hersenen en het ruggenmerg konden na een acupunctuurbehandeling duidelijke veranderingen worden aangetoond. Er worden bijvoorbeeld pijnstillende stoffen aangemaakt, zoals dynorfines en endorfines, en andere stoffen die een rol spelen bij de informatieoverdracht in het zenuwstelsel, zoals dopamine of serotonine (zie onderzoeksverslag van  Dr. LT. Oei, Prof. dr. J. M. Van Rhee en Prof. dr. Han J.S.).  Fysiologen hebben bijgedragen aan een beter begrip van de werking van acupunctuur. Uit experimenten bij diermodellen van stress, waar de hartwerking voor en na acupunctuur bestudeerd werd, bleek bijvoorbeeld dat acupunctuur het overactieve, gestreste sympatische zenuwstelsel tot rust brengt, en het parasympatische zenuwstelsel, wat voor de opbouw en rust zorgt, stimuleert.
Praktisch gerichte onderzoeken hebben bovendien laten zien, dat met acupunctuur veel kosten bespaard kunnen worden, zodat binnen onze maatschappij acupunctuur een plaats hoort te krijgen op de universiteit en in de praktijk. Steeds meer patiënten vragen erom en aankomende artsen moeten daarom wel iets daarover geleerd hebben. In Utrecht en Amsterdam wordt het als keuzevak onderwezen aan derde jaars medische studenten. In Utrecht hoort ook het meelopen in de  acupunctuurpraktijk van de gastdocente gedurende de maand na het college tot de mogelijkheden.

• In 1991 promoveerde de anaesthesist Dr. Kho Hing Gwan aan de Katholieke Universiteit Nijmegen op de dissertatie ‘Acupuncture in Anaesthesia and  Surgery. Studies in China and the Netherlands’ (www.drkho.com) Hij is daarna enige jaren lid geweest van de wetenschapscommissie van de NAAV. Behalve de bekende onderzoeken in China en Amerika, later ook in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland, zijn in Nederland door de NAAV een drietal onderzoeken geïnitieerd. Door haar onderwijs aan medische studenten in Utrecht en Rotterdam, kon NAAV-bestuurslid en  gastdocente Oei-Tan bewerkstelligen dat het vak acupunctuur in 1991 erkend werd voor de wetenschappelijke stage van vierdejaars medische studenten:

• In 1991 werd medisch studente Lioe Ting Oei naar Peking uitgezonden voor een wetenschappelijke stage bij de beroemde neurofysioloog Prof.dr. Han Ji Seng om fundamenteel onderzoek naar acupunctuur te doen. 

Artikelen:

1. L.Ting Oei, Prof.dr. J.M. Van Ree, De rol van centraal CCK-8 bij acupunctuur-analgesie, in Acupunctuur, jrg.15. nr.4, pag.25.
2. Oei L.T. Chen XH, Han JS, Van Ree JM, Potentiation of electroacupuncture induced analgesia in wistar rats, ICMARTVth World Congress on Scientific acupuncture in 1992.
3. Oei L.T, Rat experiments to determine the effect of aan anti-opioid peptide antagonist on electroacupuncture  analgesia. British Medical Acupuncture Association: Scientific Symposium 1992.
4. Oei L.T, Experimentelle Untersuchungen an der Ratte über die Wirkung eines anti-opioiden Peptid-antagonisten auf elektroakupunkturAnalgesie., 84. Ärztlicher Fortbildungskongresz des Zentralverbandes der Ärzte für Naturheilverfahren 1993.
5. Chen XH, Han JS, Huang=Oei L.T., CCK receptor antagonist L-365,260 potentiated electroacupuncture analgesia in Wistar rats but not in audiogenic epileptic rats, in Chinese Medical Journal 1994; 107:113-118

• In 1993  kreeg medisch studente Lioe Fee Oei een beurs van de Erasmus Universiteit en een subsidie van het ministerie van VWS om in het militair hospitaal in Peking haar wetenschappelijke stage te doen bij de fameuze nucleair geneeskundige wetenschapper prof.dr. Tian jia he. Het betrof een onderzoek om de werking van acupunctuur zichtbaar te maken middels cholescintigrafie. 

Artikelen 
1. L.Fee Oei, Prof.dr. J.H.Tian,  The effect of acupuncture on gallbladder function studied using cholescintigraphy, in Acupunctuur, 16e jrg. nr. 6, pag.45
2. LF Oei, JH Tian, GQ Le, ‘The effect of acupuncture on gallbladder function studied using cholescintigraphy’, Acupunctuur, officieel orgaan van de Nederlandse Artsen Acupunctuur Vereniging, maart/april 1994; jrg.17; nr.4; 11-17. ISSN 0928494-x
3. LF Oei, JH Tian, GQ Le, ‘Choleszintigraphische Darstellung der Wirkung von Akupunktur auf die Gallenblasenfunktion’, Akupunktur Theorie und Praxis, Deutsche Ärtztegesellschaft für Akupunktur e.V., febr. 1995: jrg.23; nr.2; 144-147.) • In 1995 kon de NAAV-gastdocente Oei-Tan actief aan de slag met patiëntgebonden onderzoek in het Erasmus MC met subsidie van de toenmalige Ziekenfondsraad, Commissie Ontwikkelings-Geneeskunde. Het betrof het OG-project ‘Onderzoek naar de kosteneffectiviteit van acupunctuur bij tenniselleboog’. Artikelen: 1. C.L. Oei-Tan, M.Oussoren, prof.dr. W. Erdmann, ‘Verslag van het OG-project Acupunctuur bij Tenniselleboog’,  in NtvA, 27e jrg.nr.4 pag 14-20, ISSN 0928-494x,  2. C.L. Oei-Tan, L.T. Dijkhorst-Oei, M. Oussoren, Prof.dr. W. Erdmann, ‘Practice-based trial van de Epicondylitis lateralis humeri’,  in NtvA, 28e jrg. nr. 1, pag. 5-13, ISSN 0928-494x 3.Tan Chun Liën, J. vander Zee, C.L. Oei-Tan, ‘Casuïstiek OG-project Tenniselleboog’ in NtvA, 28e jrg.nr.3 pag27-29, ISSN 0928-494x  Het oorspronkelijke onderzoeksdesign werd al in 1992 op het ICMARTcongres in Budapest goed bevonden, doch achterhaald door het Advies v.d. Gezondheidsraad in Nov. 1993.
4. C.L. Oei-Tan, Y. van de Graaf, C.A. Ruitenbeek, J.v.d. Zee, Prof. A.J.P. Schrijvers, ‘Evaluation of clinical efficacy of acupuncture therapy for epicondylitis lateralis humeri’, in Acupunctuur, 16e jrg.nr.6, pag.25, ISSN 0928-494x .

• In 2006 heeft Oei-Tan met nog vijf NAAVleden, vier natuurartsen en vijf homeopathisch artsen, de opleiding tot CAM-wetenschapper gevolgd. Dat is een door ZonMw gesubsidieerde cursus van een jaar lang maandelijks intensieve methodologie en epidemiologie-lessen o.a. aan de VU.  

• In 2007 zal de NAAV de ZonMw pilotstudy mede bekostigen: ‘Acupunctuur bij MS-patienten met blaasincontinentie’, opgesteld door Sharon TjonEngSoe uit het Nijmeegse MS-centrum.

•De NAAV heeft tevens haar medewerking verleend aan het NIVELonderzoek (2007) naar de Patiëntkenmerken uit Acupunctuurpraktijken

• Sinds 2006 sponsort de NAAV het initiatief van KNMG districtsvoorzitter Paul Kaiser om de FUSION-congressen te organiseren ter bevordering van de Dialoog tussen CAM & Regulier.

• Ook waren de  NAAV-voorzitster en de voorzitter van de wetenschappelijke commissie uitgenodigd voor de eerste bijeenkomst van het nieuwe kenniscentrum NIKIM (Integrated Med.)

• Van recentere datum zijn onderstaande acupunctuur-onderzoeken: - V. Lehmann, U. Retzke, J. Kindt, U. Blau, Effizienz der Elektropunktur (PuTENS), Akupunktur und Neuraltherapie bei der Urge-Inkontinenz, Deutsche Zeitschrift für Akupunktur, Jan. 2006, 49.Jrg. S.28-35. - Emmons SL, Otto L, Acupuncture for Overactive bladder, a randomised controlled trial, Obstet. Gynecol 2005; 106:138-43. - W. Stör, Ergebnissse der Gerac-Studie zu Migräne und Spannungskopfschmerz, DZA,      Jan. 2006, S.38 – 42,   - Motohiro Inoue, Hiroshi Kitakoji, NaotoIshizaki, Munenori Tawa, Tadashi Yano, Yasukazu Katsumi, Kenji Kawakita,  Relief of low back pain immediately after acupuncture treatment, a randomised, placebo controlled trial, Acupuncture in Medicine, sept. 2006, ;24(3): pg.103-108. - Ezzo J, Vickers A et al. (Review on 11 trials) Acupuncture-point Stimulation for Chemotherapyinduced nausea and vomiting, Journal Clinical Oncology, 2005; 28: 7188-7199. • In de USA reserveert het NIH, National Institutes of Health, jaarlijks subsidie voor onderzoek naar acupunctuur. Gerenommeerde klinieken zoals de Mayo Clinic voeren grootschalig onderzoek uit.
Voor de wetenschappelijke onderzoeksinformatie is dankbaar gebruik gemaakt van de teksten van  Prof. dr. J. Keppel Hesselink, voorzitter van de wetenschapscommissie van de NAAV.

bron: Introductiedossier Complementaire en Alternatieve Geneeskunde 2007